dinsdag 17 november 2009

Energieleverende voedingsstoffen: eiwitten

Bouw van eiwitten
Eiwitten zijn opgebouwd uit een aantal deeltjes die we aminozuren noemen. Deze aminozuren zijn op hun beurt weer opgebouwd uit bepaalde chemische stoffen, namelijk koolzuur, zuurstof, waterstof, stikstof en soms zwavel. De stof die eiwit onderscheidt van andere voedingsstoffen, is stikstof: in geen enkele andere voedingsstof wordt stikstof aangetroffen. Er zijn ongeveer 20 verschillende aminozuren. Met deze aminozuren kunnen talloze combinaties worden gevormd, waardoor er duizenden eiwitten bestaan. U kunt dit vergelijken met een telefoontoestel: het bezit maar 10 cijfers, maar met deze 10 cijfers kunt u duizenden verschillende telefoonnummers intoetsen. Aminozuren worden volgens een bepaalde rangschikking opgebouwd tot eiwitten. Deze rangschikking noemt men de structuur van eiwit en is erfelijk bepaald. Zo is de structuur van een eiwit van een haar heel anders dan de structuur van een eiwit van het bot. Het lichaam is in staat een aantal aminozuren zelf te maken. Deze aminozuren noemen we de niet-essentiële aminozuren. Er zijn echter ook aminuzuren die het lichaam niet zelf kan maken. Deze worden de essentiële aminozuren genoemd. De essentiële aminozuren moeten we via de voeding opnemen. Zonder de essentiële aminozuren zijn we niet in staat de eiwitten op te bouwen die ons lichaam nodig heeft. Dit zou ernstige gevolgen hebben voor het lichaam. Wanneer we de functies van eiwitten hebben besproken verderop in dit artikel, zult u dit begrijpen.

De functies van eiwitten
Eiwitten doen dienst als:

- Bouwstof,
- Bestanddeel van enzymen,
- Bestanddeel van hormonen,
- Bestanddeel van antistoffen,
- Transportmiddel,
- Brandstof.

Bouwstof
Het menselijk lichaam bestaat voor ongeveer 17% uit eiwitten. Ze vormen een bestanddeel van alle cellen en weefsels. Zo is het spierweefsel opgebouwd uit eiwit. Spierweefsel komt in ons hele lichaam voor, niet alleen in de armen en benen. Ook ons hart bestaat uit spierweefsel, bovendien hebben we spierweefsel nodig om te ademen.

De eiwitten worden dus opgebouwd uit aminozuren. Ieder weefsel heeft zijn eigen specifieke aminozurenpatroon.

- Eiwitten in onze nagels en haren zorgen ervoor dat deze een bepaalde hardheid bezitten.
- Eiwitten in de wanden van de bloedvaten zorgen ervoor dat deze een bepaalde elasticiteit bezitten.
- Eiwitten in botten en tanden vormen een netwerk waarin mineralen zoals kalk kunnen worden opgenomen en zo voor een bepaalde stevigheid zorgen.

Eiwitten zijn als bouwstof van groot belang tijdens de groei van baby tot volwassene. Ook na de groei blijft deze bouwstof nodig voor de vervanging van afgestoten lichaamscellen. Onze haren vallen uit en worden weer opnieuw aangemaakt. De nagels worden geknipt en groeien weer opnieuw aan. De haargroei en de groei van nagels zijn twee voorbeelden van eiwitopbouw.

Bestanddeel van enzymen
Enzymen zijn stoffen die door het lichaam zelf worden gemaakt uit aminozuren. Enzymen spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering en stofwisseling van onze voeding. Enzymen zorgen ervoor dat de spijsvertering vlot verloopt. Zo hebben we enzymen nodig om de eiwitten, vetten en koolhydraten af te breken in het spijsverteringskanaal. Een tekort aan enzymen, zoals kan voorkomen bij mensen die sterk ondervoed zijn, betekent dat de voedingsstoffen niet meer goed kunnen worden afgebroken. Een gevolg daarvan is diarree. Bovendien wordt de ondervoeding zo in stand gehouden. Ook bij de stofwisseling spelen enzymen een belangrijke rol. Ze zorgen ervoor dat de voedingsstoffen kunnen worden opgenomen in de lichaamscellen. Zonder deze enzymfunctie zouden de voedingsstoffen in het bloed blijven circuleren en zouden we ze niet kunnen gebruiken in de cellen. Enzymen komen ook voor in voedingsmiddelen. Het verleppen van groente bijvoorbeeld, is deels toe te schrijven aan de werkzaamheid van enzymen. De enzymen uit voedingsmiddelen hebben geen functie in ons lichaam. Het lichaam herkent ze als eiwit en breekt ze dus af.

Bestanddeel van hormonen
Ook hormonen worden door het lichaam gemaakt uit aminozuren. Ze spelen net als de enzymen een rol bij de spijsvertering en stofwisseling. Hormonen spelen niet alleen een rol in de stofwisseling. Ze hebben ook invloed op allerlei andere functies van het menselijk lichaam. Zo kunnen hormonen bijvoorbeeld invloed hebben op ons gedrag. Een voorbeeld in dit verband is de menstruatieperiode bij vrouwen. Veel vrouwen voelen en gedragen zich dan anders. Dit veranderde gevoelsleven en gedrag wordt veroorzaakt door gewijzigde hormoonwerking tijdens de menstruatie. Overigens wordt de hele menstruatiecyclus door hormonen geregeld. Hormonen komen in Nederland normaal gesproken niet in ons voedsel voor.

Bestanddelen van antistoffen
Antistoffen worden opgebouwd uit aminozuren. Hun functie is de afweer van het lichaam tegen vreemde stoffen. De antistoffen gaan een relatie aan met de lichaamsvreemde stof, waardoor deze laatste verdwijnt, als de afweer tenminste succesvol is.

Transportmiddel
Eiwitten zijn in staat andere stoffen aan zich te binden of te omhullen, waardoor ze in het bloed kunnen worden vervoerd. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de bouwstenen van vet, de vetzuren. Zonder een eiwitmantel zouden vetzuren schade kunnen aanrichten aan de lichaamscellen. In het bloed zelf komen ook eiwitten voor. Ook daar hebben ze een transportfunctie. Zo wordt bijvoorbeeld ijzer gebonden aan een bloedeiwit.

Brandstof
Het lichaam kan eiwit gebruiken als brandstof. Dit gebeurt echter pas, wanneer er niet voldoende vetten en koolhydraten aanwezig zijn om te verbranden. In het uiterste geval breekt het lichaam het eigen eiwit af om toch maar aan brandstof te komen. In eerste instantie wordt eiwit echter gebruikt voor de hiervoor beschreven functies. Bij verbranding van 1 gram eiwit komen er +/- 17 kilojoules (kJ) vrij. Dit komt overeen met 4 kilocalorieën (kcal).

Kwaliteit van eiwitten
Niet alle eiwitten in de voeding zijn voor ons lichaam bruikbaar. Wanneer aan een eiwit enkele essentiële aminozuren (kunnen dus niet door het lichaam worden gemaakt) ontbreken, kan ons lichaam dat eiwit niet volledig benutten. Een eiwit dat alle essentiële aminozuren bevat, kan bijna in zijn geheel worden gebruikt. Wanneer in een eiwit alle essentiële aminozuren voorkomen, spreken we van volwaardige eiwitten. Ontbreken er één of meer essentiële aminozuren, dan spreken we van onvolwaardige eiwitten.

Voorbeelden van voedingsmiddelen met volwaardige eiwitten zijn:

dierlijke voedingsmiddelen:
- kippenei
- vlees
- vis
- melk

plantaardige voedingsmiddelen:
- peulvruchten
- tarwe
- groenten.

U hebt al gezien dat aminozuren volgens een bepaald patroon worden gerangschikt tot eiwitten. Wanneer een dergelijk aminozurenpatroon er veel lijkt op dat van het menselijk lichaam, noemen we dit eiwitten met een hoge biologische waarde. Voornamelijk eiwitten van dierlijke oorsprong, bijvoorbeeld kip, vlees en vis, hebben een hoge biologische waarde. Wanneer het amionzurenpatroon sterk afwijkt van dat van ons lichaam, spreken we van eiwitten met een lage biologische waarde. Dit betreft voornamelijk eiwitten van plantaardige oorsprong, zoals tarwe, aardappelen en peulvruchten. Een maaltijd zal zelden bestaan uit één enkel voedingsmiddel, maar vrijwel altijd uit een combinatie van voedingsmiddelen. Stel dat een maaltijd bestaat uit een gebakken ei, aardappelen, sla en yoghurt. Aardappelen en sla hebben een lage biologische waarde, ei en yoghurt een hoge biologische waarde. De eiwitten uit ei en yoghurt vullen de eiwitten uit aardappelen en sla aan, zodat ze samen een hogere biologische waarde hebben. We noemen dit de aanvullende waarde van eiwitten. Een simpel voorbeeld kan dit verduidelijken: een auto alleen beweegt niet; een man alleen heeft aan zijn lichaam geen attributen die hem zeer snel kunnen laten bewegen. De man en de auto samen kunnen een zeer hoge snelheid bereiken.

Eiwitbehoefte
De behoefte aan eiwit is afhankelijk van verschillende factoren:
- Leeftijd
- geslacht
- lichamelijke toestand
- energiegehalte van de voeding
- activiteit.

Leeftijd
De Beraadsgroep Voeding binnen de Gezondheidsraad heeft adviezen gegeven ten aanzien van de hoeveelheid eiwit per dag die de mens in de verschillende levensfasen zou moeten consumeren. De eiwitbehoefte verschilt per leeftijd. Een tabel hierover is onderaan het artikel te vinden. Een kind in de groei bouwt nog bot- en spierweefsel, huid en haren op, waardoor veel eiwit is vereist. Op de volwassen leeftijd is er veel minder eiwit nodig dan tijdens de groeiperiode: het lichaam is in evenwicht, er hoeft niets meer te worden opgebouwd. Deze hoeveelheden gelden wanneer de voeding voldoende energie levert. Indien de voeding onvoldoende energie bevat, is er meer eiwit nodig, omdat het lichaam eiwit dan ook gebruikt als brandstof.

Geslacht
Het verschil in eiwitbehoefte van de beide geslachten heeft te maken met lichaamsgrootte en lichaamssamenstelling. Gemiddeld genomen worden leden van het mannelijk geslacht iets groter dan leden van het vrouwelijk geslacht. Vrouwen hebben meer vetmassa dan mannen, mannen hebben meer spierweefsel dan vrouwen. Voor de instandhouding van deze grotere spiermassa is meer eiwit nodig.

Lichamelijke toestand
De behoefte aan eiwit hangt ook af van de lichamelijke toestand waarin iemand verkeert. Zwangeren hebben extra eiwit nodig voor de groei van het ongeboren kind. Zogenden gebruiken extra eiwit voor de productie van melk. Bij ziekten moet ons lichaam antistoffen vormen om de ziekteverwekker de baas te kunnen. Bij ernstig bloedverlies, brandwonden en sommige ziekten gaan veel eiwitten verloren, die zo goed mogelijk moeten worden aangevuld.

Energiegehalte van de voeding
Wanneer er onvoldoende brandstof aanwezig is in de vorm van vetten en koolhydraten, gebruikt het lichaam eiwit als brandstof. In een dergelijk geval moet men meer eiwit gebruiken dan normaal om voldoende over te houden voor de vervuiling van de overige functies van eiwit. Deze situatie kan u tegenkomen bij mensen die een extreem vermageringsdieet volgen waarin te weinig vetten en koolhydraten voorkomen. Er wordt dan eiwit verbrand; het lichaam breekt daar desnoods haar eigen spierweefsel voor af.

Activiteit
Bij bepaalde sporten, bijvoorbeeld bodybuilding, vindt er extra opbouw van spierweefsel plaats. De opbouw en instandhouding van deze spiermassa vergen extra eiwit. De aanbevelingen van de Beraadsgroep Voeding binnen de Gezondheidsraad richten zich niet alleen op de hoeveelheden eiwit die we nodig hebben, maar ook op de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit.

Het advies luidt:
1/3 van de hoeveelheid eiwit moet van dierlijke oorsprong zijn.
2/3 van de hoeveelheid eiwit moet van plantaardige oorsprong zijn.

Dit lijkt misschien wat vreemd, omdat dierlijke eiwitten meer met onze lichaamseiwitten overeenkomen. Logisch zou dan zijn, dat we meer dierlijke eiwitten moeten gebruiken, dan plantaardige. Het nadeel van dierlijke producten is echter dat zij veel verzadigd vet bevatten. (In een ander artikel zal dit onderwerp behandeld worden.) Daar komt bij dat dierlijke producten zoals vlees, vis en ei vaak ook nog met vetrijke producten worden bereid (bakken, braden). Dierlijke producten doen dus het vetgehalte van de voeding stijgen. Dit is niet alleen nadelig voor mensen met overgewicht, maar ook voor mensen die lijden aan hart- en vaatziekten. Om deze reden moet 2/3 van de eiwitten van plantaardige oorsprong zijn. De realiteit is echter dat in ons land de verhouding 1/3 plantaardig is en 2/3 dierlijk.

Teveel/tekort aan eiwit
Teveel eiwit vormt een belasting voor de nieren; de nieren zorgen voor de verwijdering van de afbraakproducten van eiwit. Te weinig eiwit gedurende een lange periode betekent dat het lichaam diverse functies niet goed kan vervullen, zoals de afweer, spijsvertering en opbouw en vervanging van spierweefsel.

Eiwitbronnen
Eiwitten komen dus voor in zowel dierlijke als in plantaardige voedingsmiddelen.

Dierlijk eiwit
Dierlijk eiwit treffen we aan in:

- Melk en melkproducten zoals pap, vla, yoghurt, chocolademelk en melkpoeder.
- Kaas en aanverwante producten als kwark en smeerkaas.
- Eieren.
- Vlees en vleeswaren van het varken, rund, schaap en paard.
- Vis, schaal- en schelpdieren zoals garnalen, oesters, kreeft en mosselen.
- Wild, zoals ree, konijn, haas en gevogelte zoals kip en kalkoen.
- In zeer geringe mate in slagroom, roomboter en margarine.
- Alle producten waarin vorengenoemde voedingsmiddelen zijn verwerkt; bijvoorbeeld snacks zoals kroket, loempia, frikandel, mayonaise (ei), melkchocolade, pizza (kaas).

Plantaardig eiwit
Plantaardige eiwitten treffen we aan in:

- Aardappelen
- Groente
- Peulvruchten
- Noten zoals walnoten en paranoten
- Granen: tarwe, haver, rogge, gerst, boekweit en rijst, graanproducten: meel, bloem, havermout en broodsoorten.
- Alle producten waarin vorengenoemde voedingsmiddelen zijn verwerkt; bijvoorbeeld: koekjes (bloem), chips (aardappel) en havermoutpap.

maandag 16 november 2009

Gezondheid, psyche en plastische chirurgie!

Bent u op zoek naar informatie over uw psyche, uw gezondheid en over plastische chirurgie? Dan bent u op het volgende webadres op de juiste plaats! Op deze, door mij uitgekozen website, vindt u velerlei informatie over bovenstaande onderwerpen.

Ga snel naar http://beautyhome.nl en mis deze belangrijke informatie niet!

Groet,
Hikari

zondag 15 november 2009

Soep koken

Tijdens het surfen op het www kwam ik deze geweldige site tegen!

http://soep.linksstart.nl

dinsdag 10 november 2009

maandag 9 november 2009

Informatieve website over afvallen

http://www.informatieafvallen.nl/

Wanneer u op bovenstaande link klikt, vindt u een website met velerlei informatie over afvallen!

Een echte aanrader.



Groet,
Hikari

zaterdag 7 november 2009

Light-producten: Gezond of toch niet?

Lightproducten. Tegenwoordig stromen de supermarkten ervan over, alleen maar om mee te gaan in de verkoophype, aangezien iedereen aan het dieëten is. Maar zijn die lightproducten nou wel zo goedkoop? In dit artikel komt u spoedig achter het antwoord.

Light-producten
In het begin van de jaren '80 van de vorige eeuw, werden in verband met de gezondheidstrend en slanktrend de halvaproducten geïntroduceerd. Halvarine, halvajam en halvanaise kwamen op de markt. Deze producten leken bestemd te zijn voor mensen die nog net zo lekker wilden eten als voorheen, echter met minder energie in de voeding. Er zit immers qua smaak niet veel verschil in gewone jam of halvajam, mayonaise of halvanaise, maar halvajam en halvanaise leveren wel minder calorieën dan de oorspronkelijke producten. Door een andere productkeuze kan men het oude voedingspatroon gewoon voortzetten.

Later werd de term "light" geïntroduceerd, halvarine heette voortaan niet meer halvarine maar kreeg de term light, denkt u bijvoorbeeld maar aan Becel light, Wajang light. Ook de light-frisdranken kwamen steeds meer op de markt. Daarnaast begon de industrie light-varianten samen te stellen van allerlei vetrijke producten, zoals light-worsten, light-chips en light-vleeswaren.

Na verloop van tijd ontstond er een wilgroei in light-producten. Het bleek dat soms de term "light" werd gebruikt, terwijl het product nauwelijks minder calorieën bevatte dan het gewone product. Een voorbeeld hiervan zijn de light-chips. Daaruit was het vet verwijderd, maar om een zakje chips het zelfde gewicht te doen behouden, werden er extra chips aan toegevoegd, waardoor het koolhydraatgehalte steeg. Het uiteindelijke resultaat was, dat de energiebesparing op chips maar gering was. In een ander geval werd het oorspronkelijke product gewoon gehalveerd en voorzien van het etiket light. DIt gebeurde met knäckebröd.

Via het Voedingswaarde-aanduidingenbesluit van de Warenwet heeft men deze wildgroei een halt toegeroepen. Wil men de term "light" op zijn producten vermelden, dan moet het product voldoen aan de volgende voorwaarden:

- Het product moet 1/3 minder vet óf
- 1/3 minder suiker óf1/3 minder alcohol óf
- 1/3 minder energie bevatten dan het gewone product.

Voordelen van light-producten
Voordeel is dat men het eigen voedingspatroon kan voortzetten zonder al te veel opofferingen. Er hoeven geen ingrijpende veranderingen in het voedingspatroon te worden aangebracht. Daarnaast leveren light-producten minder energie, vet, suiker of alcohol, zodat ze een bijdrage leveren aan de gezondheid en eventueel aan gewichtsverlies.

Nadelen van light-producten
Naast de voordelen van de light-producten is er ook een aantal nadelen te noemen.

De indruk wordt gewekt, dat men slank zou worden van light-producten. Dit is natuurlijk niet het geval; wel kunnen de light-producten een bijdrage leveren om de hoeveelheid energie wat binnen de perken te houden. Light-producten alleen zorgen niet of nauwelijks voor gewichtsverlies, daarvoor is een totale herziening van het gehele voedingspatroon nodig.

Om dezelfde houdbaarheid en smaak te verkrijgen van het oorspronkelijke product, moet men extra toevoegingen gebruiken, zoals conserveermiddelen en smaakstoffen. Een voorbeeld hiervan is jam. Jam dankt haar houdbaarheid aan de hoge dosis suiker, waardoor schimmel- en bacteriegroei wordt belemmerd. In halvajam is de hoeveelheid suiker teruggebracht, waarmee echter ook de houdbaarheid verminderd en de smaak achteruit is gegaan. Door middel van conserveermiddelen en smaakstoffen wordt de halvajam opgekrikt, zodat het even acceptabel is als het oorspronkelijke product.

Tegen deze toevoegingen ontstaan hoe langer hoe meer weerstanden, met name ingroeperingen die natuurlijke voeding zonder allerlei geknutsel aanhangen. Ook is van sommige toevoegingen gebleken dat ze schadelijk kunnen zijn, met name een aantal kleurstoffen zou bij kinderen aanleiding geven tot onder andere gedragsstoornissen.

De light-producten zijn relatief duur. Een voorbeeld hiervan is halfvolle boter. Deze is bijna even duur als gewone boter, maar bestaat voor een groot deel uit water. Dit water wordt dan duur betaald.

Omdat in vele light-producten vet of suiker is vervangen door water, is het product kwetsbaarder geworden voor bederf. Bacteriën hebben aan water een goede voedingsbodem. Ook dit feit vereist een extra gebruik van conserveermiddelen.

In de praktijk blijkt dat sommige light-producten nog meer energie leveren dan de magere variant van een product. Een voorbeel hiervan is de light chocolademelk, die meer calorieën bevat dan de magere chocolademelk. Een goede productvergelijking kan dan ook niet achterwege blijven, ook al staat er "light" op de verpakking.

De enige light-producten die het best worden verkocht, zijn de light-frisdranken en de halvarines. De groepen voedingsmiddelen waarin door industriële bewerkingen minder energie, suiker, vet of alcohol voorkomen, zijn:

- De light-frisdranken
- De melkproducten en kaas
- De slasauzen, dressings, halvanaises en fritessauzen
- de bieren (light-bier)
- halvarines en halfvolle boter
- jamsoorten
- zoutjes
- rookworst.

Light-frisdranken
Met light-frisdranken kan er behoorlijk op energie worden bespaard, zeker wanneer er veel van wordt gebruikt. Een glas light-frisdrank bevat 55 kcal minder dan een glas gewone frisdrank.

Melkproducten en kaas
Een glas volle melk levert 95 kcal, een glas halfvolle melk 70 kcal en een glas magere melk of karnemelk levert slechts 50 kcal. Grote melkdrinkers kunnen hiermee dus fors besparen.

Ook in de nagerechten zijn er magere en suikervrije varianten te vinden. Het loont de moeite om eens een kijkje in een supermarkt te nemen en eens op een rijtje te zetten welke nagerechten er allemal verkrijgbaar zijn en hoeveel energie ze leveren. Op dit front komen er telkens nieuwe producten in de handel.

Ook koffiemelk is er in volle en halfvolle variant; de besparing op energie is daarmee echter minimaal, mede omdat er vrij weinig van wordt gebruikt.

Kaas is verkrijgbaar in verschillende vetgehaltes, variëren van 20 + tot volvet.

Slasaus, mayonaise, fritessaus, dressing
Ook op dit terrein is er een groot scala aan mogelijkheden. Een forse besparing op energie is te bereiken door mayonaise te vervangen door fritessaus met een laag oliegehalte, bijvoorbeeld fritessaus met 25 % olie. Er zijn ook dressings in de handel die vrijwel geen energie leveren.

Bier
Op alcoholarm bier en light-bier valt ongeveer 30 kcal per glas aan energie te besparen. Wanneer men een flinke bierdrinker is, kan gebruik van deze bieren een forse besparing opleveren.

Halvarine, halfvolle boter
Deze producten leveren de helft aan energie in vergelijking met margarine en boter. Per sneetje brood scheelt dit ongeveer 25 kcal. Wanneer men dagelijks 4 sneetjes brood gebruikt, levert dit al een besparing op van 100 kcal per dag.

Jamsoorten
Per broodbeleg kunt u met halvajam ongeveer 15 kcal besparen. Dit is gering, mede wanneer we ervan uitgaan dat meestal niet alle sneedjes brood worden belegd met jam, maar dat er ook andere producten worden gebruikt.

Producten als magere melk, fritessaus en halvarine bevatten minder energie, maar niet doordat er, in tegenstelling tot de "volle" variant, zoetstof aan toegevoegd is. Dit is wel het geval bij bijv. light-frisdrank en halvajam.

Er kan op dit gebied echter steeds weer iets nieuws worden geïntroduceerd of juist uit de handel worden genomen omdat het product niet goed wordt verkocht. U zult dus reclames moeten blijven volgen en ook uw licht op blijven steken in de supermarkten die u bezoekt, om zo op de hoogte te blijven van al het nieuws.

zaterdag 31 oktober 2009

Alles over Chocolade!

Chocola is een geweldige lekkernij en ook zeker lekker. In dit artikel tips en trucs over het omgaan met chocolade, en wat je er allemaal mee kunt doen!

Lekker, chocola!
De wetenschappelijke naam van chocolade is Theobroma cacao. Theobroma betekent 'voedsel van goden'. Cacao is een stof welke afkomstig is van de cacaoboom. Al sinds de Azteken hebben de mensen zich tegoed gedaan aan de smaak die geleverd wordt door de zaadjes van de cacaoboom, die cacaobonen genoemd worden. De vooruitgang in de verwerking heeft door de jaren heen geresulteerd in een grote verscheidenheid aan overheerlijke producten, van ongezoete chocolademelk tot melkchocolade - zelfs witte chocolade!

De cacaopeulen worden geoogst, opengebroken en de bonen en pulp worden verwijderd. De bonen worden vervolgens twee tot tien dagen lang gefermenteerd, zodat de smaak zich kan ontplooien. Dan worden de bonen gedroogd, gesorteerd, verpakt en naar alle delen van de wereld verscheept. De producenten van chocolade mengen cacaobonen uit verschillende streken om een consistente stijl en smaak te verkrijgen. De geselecteerde bonen worden schoongemaakt, gemengd en vervolgens geroosterd om de smaak en het aroma zich verder te laten ontplooien. Nadat de bonen geroosterd en afgekoeld zijn, worden ze gepeld. Het vruchtvlees dat voor ongeveer 50% uit cacaoboter bestaat, wordt vermalen voor de productie van vloeibare chocolade. De producent gebruikt alleen dit ingrediënt of voegt er andere ingrediënten aan toe om andere chocoladeproducten te creëren.

Soorten chocolade
- Chocoladesiroop. Siroop op basis van maïsolie en cacao, met conserveringsmiddelen, emulgatoren en smaakstoffen.
- Commercieel chocoladeglazuur. Gebruikt door professionele banketbakkers voor het indopen van lekkernijen en het maken van krullen en andere versieringen. Dit glazuur bevat meer cacaoboter dan gewone chocolade, ook voor het gebruik in de oven, zodat het beter smelt en uit te strijken is.
- Gemengd chocoladeglazuur. Dit is een imitatieproduct dat gewoonlijk geen cacaoboter bevat.
- Chocoladerepen. Hierbij worden cacao en suiker aan de vloeibare chocolade toegevoegd. Het onderscheid tussen puur, halfzoet en melk komt niet overeen met een vaste mate van zoetheid; de hoeveelheid suiker hangt af van de formule die de producent gebruikt.
- Melkchocolade. Melkpoeder wordt toegevoegd aan gezoete chocolade. Wordt op grote schaal gebruikt voor chocoladerepen en suikergoed, maar zelden voor in de keuken.
- Cacaopoeder. Er wordt zoveel cacao uit de vloeibare chocolade geperst dat er een cake overblijft met 10 tot 25 % cacaoboter.
- Instant cacao. Bevat lecithine, een emulgator die ervoor zorgt dat de cacao gemakkelijker in koude vloeistoffen oplost.
- Vaste, ongezoete chocolade. Wordt gewoonlijk in gietvormen gegoten om daarin te stollen. Wordt vooral in de keuken gebruikt.
- Witte chocolade. Hierin zit geen vloeibare chocolade, dus eigenlijk is dit geen echte chocolade. Bevat cacaoboter met daaraan toegevoegd melk, suiker en smaakstoffen. Soms bevat witte chocolade lecithine, en meestal vanille of vanilline. Kan chocolade in recepten niet vervangen.
- Gemengde chocolade. Gemengde chocolade, ook wel chocoladeglazuur genoemd, is ontworpen als vervanging van eersteklas chocolade als glazuur. Het kan worden gekocht in blokvorm of als schijfjes. Beide vormen zijn verkrijgbaar in pure of melkchocolade. Gemengde chocolade wordt bereid op basis van plantaardige olie, met suiker, melkpoeder en smaakstoffen. De chocolade bevat cacaopoeder, maar geen cacaoboter en smelt gemakkelijk. Zij hoeft niet te worden gemengd en is de gemakkelijkste soort voor beginners.

Bewaren van chocolade
Chocolade moet worden bewaard op een droge, luchtige plaats met een temperatuur van ca. 16 graden Celcius. Als chocolade niet op deze wijze wordt bewaard, kan de cacaoboter in de chocolade naar de oppervlakte komen en een wit laagje over de chocolade vormen. Een soorgelijke verkleuring vindt plaats als er water op de oppervlakte condenseert. Dit gebeurt vaak bij gekoelde chocolades die te los zijnverpakt. Chocolade die op deze manier is aangetast kan nog wel worden gegeten en gesmolten, maar niet worden geraspt.

Smelten van chocolade
Chocolade smelt sneller als zij in kleine stukjes wordt gebroken. Het smelten dient langzaam te gebeuren, want chocolade brandt aan als zij te veel wordt verhit. Doe de chocolade in een dubbele pan, of in een kom boven een pan met zachtjes pruttelend water en verhit dechocolade al roerende tot zij begint te smelten en er een gladde saus ontstaat. U kunt chocolade eventueel ook in de magnetron smelten. Wanneer u de chocolade in de magnetron smelt, moet u er rekening mee houden dat de chocolade haar vorm behoudt en het daarom belangrijk is om de chocolade geregeld om te roeren, zodat zij niet aanbrandt.